Aan de slag met de RO Standaarden 2012

De laatste versie van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) dateert van oktober 2010, het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) alweer van december 2008. Samen met de Praktijkrichtlijnen vormen deze de RO Standaarden 2008. Wijzigingen en aanvullingen zijn in de tussentijd opgevangen door het maken van Werkafspraken. Hierdoor konden bepaalde verbeteringen toch in de praktijk gebracht worden. De werkafspraken worden nu opgenomen in de nieuwe standaarden.

Aanleiding voor dit traject zijn onder andere de ambities op het gebied van het omgevingsrecht en de koers die door het Ministerie is ingezet in het kader van de digitale ruimtelijke ordening. Verder zijn veel kleine fouten in de huidige standaarden eruit gehaald en verbeteringen zijn doorgevoerd. Door het verbeteren van de schrijfwijze en dubbelen te verwijderen, worden de baten van het huidig stelsel verhoogd. Daarnaast zijn ‘quick wins’ doorgevoerd die voortkomen uit de Crisis- en herstelwet en die complexiteitsreductie voorstaan.

Op 1 januari 2012 zijn de definitieve RO Standaarden 2012 opgeleverd; het gebruik mág vanaf 1 juli 2012, maar móet precies een jaar later. Ook plannen die op 1 juli 2013 al in procedure zijn, moeten voldoen aan de RO Standaarden 2012. Het is dus zaak om bij langlopende plannen rekening te houden met actualisatie van de standaarden. Een rondje langs de softwareleveranciers leert ons dat voor hen nog niet alle wijzigingen definitief zijn. In april verwachten de leveranciers van start te kunnen gaan en in juni zullen dan de eerste versies worden opgeleverd.

Aanpassingen in: RO Standaarden
Alle onderdelen van de RO Standaarden 2008 zijn wettelijk verankerd in de Ministeriële Regeling. In de nieuwe standaarden wordt er een scheiding aangebracht tussen normatieve- en toelichtende delen. De normatieve delen zijn de IMRO, SVBP en de STRI. De toe lichtende delen (zoals de analoge verbeelding) en de praktijkrichtlijnen van bovengenoemde documenten worden losgekoppeld van de wet. Deze vereenvoudiging wordt doorgevoerd zodat op elk gewenst moment bijvoorbeeld een nadere toelichting kan worden toegevoegd of gewijzigd. In de verschillende huidige Praktijkrichtlijnen worden normen herhaald ter verduidelijking van informatie. Dit blijkt echter fouten op te leveren en onduidelijkheid te scheppen. Informatie wordt in de nieuwe standaarden op één plek vastgelegd en vanuit die plek wordt verwezen naar andere delen. Er wordt consequent verwezen van de toelichtende delen naar de normatieve delen en niet meer andersom.

Noodzakelijke verbeteringen worden in de IMRO-PT2008 aangebracht die uitwisseling van objectgerichte planregels tussen applicaties mogelijk maken. Bovendien wordt deze Praktijkrichtlijn toegevoegd aan de RO Standaarden zodat RO-Online deze standaard kan gaan ondersteunen. Dit betekent dat RO-Online de standaard gaat ondersteunen bij het inlezen en tonen van plannen waarbij planregels in dit aanvullende formaat zijn geleverd. Het gaat alleen om het weergeven van de teksten, niet de koppelingen tussen objecten en tekst. Deze verbetering heeft te maken met verschillende ingediende verzoeken om één volledig bestand beschikbaar te stellen van zowel regels als toelichting.

De STRI2006 en de PRCP2008, die worden gebruikt bij het opstellen van plancontouren ten behoeve van het publicatie van gekoppelde ‘oude’ planonderdelen, worden uitgebreid zodat andere papieren RO plannen (bijvoorbeeld plannen die tussen 1 juli 2008 en 1 januari 2010 analoog zijn opgesteld conform de Wro) beschikbaar kunnen worden gesteld en dat andere documenten als het vaststellingsbesluit kunnen worden toegevoegd. Ook wordt het mogelijk gemaakt meerdere kaartbladen van de verbeelding toe te voegen.

Het begrip ‘bestemmingsplan’ wordt uit de ‘naam van het plan’ gehaald. Nu staat in het IMRO geschreven dat de naam van het bestemmingsplan volgens de aanhaaltitel moet worden opgenomen, inclusief het voorgaand woord ‘bestemmingsplan’. Dit is overbodig omdat bij het invulveld ‘Type plan’ al wordt ingevuld wat voor soort plan het is. Dat geldt overigens voor alle ruimtelijke plannen. In de praktijk kwam het nogal eens voor dat het ‘Type plan’ dubbel voorkwam in de naam. Dit is hiermee verholpen.

Op dit moment wordt de planstatus als attribuut in het IMRO bestand, het manifest en het geleideformulier beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt zowel in het geleideformulier als het manifest de optie ‘historisch’ ingevuld bij het plan (bij ‘ja’ is het plan wel in het manifest beschikbaar maar niet zichtbaar in RO-Online). Hierdoor maken bronhouders wisselend gebruik van de statussen na vastgesteld, historisch en de termijn van beschikbaar houden van het vastgesteld plan.

In de nieuwe standaarden wordt een onderscheid aangebracht tussen plan status en procedure status. De planstatus is statisch en wordt vastgelegd in de IMRO GML en het geleideformulier (dus niet meer in het manifest). De procedurestatus is dynamisch en wordt enkel vastgelegd in het manifest. Hierdoor is het niet nodig om bij een gewijzigde procedurestatus (een gerechtelijke uitspraak of de procedurestatus ‘onherroepelijk’) het plan opnieuw te waarmerken en publiceren. Enkel het manifest dient opnieuw gewaarmerkt en gepubliceerd te worden.

Daarnaast wordt er een voorziening getroffen om de inhoud van gerechtelijke uitspraken (beroep of voorlopige voorziening) te kunnen tonen in samenhang met het betreffende plan. De uitspraken kunnen binnen de nieuwe standaarden gepubliceerd worden als ‘Gebiedsgericht Besluit’ zodat ze los, maar wel met een bepaalde samenhang, kunnen worden ontsloten. Hierdoor is de procedure beter zichtbaar voor eenieder.

Op dit moment is het lastig de samenhang tussen de verschillende ruimtelijke plannen op één locatie inzichtelijk te maken. Dit kan worden gerealiseerd door op een punt te klikken binnen RO-Online en de andere plannen op die locatie te bekijken. De Standaarden worden zodanig aangepast dat de bestaande velden binnen ‘verwijzingNaarExternPlaninfo’ beschikbaar zijn voor bijvoorbeeld gerechtelijke uitspraken, reactieve aanwijzingen of dat er bij het plan een exploitatieplan is vastgesteld.

In de huidige RO Standaarden zijn nauwelijks eisen gesteld ten aanzien van de ondergrond van het ruimtelijk plan, behalve dat door de Wro in het IMRO wordt vastgelegd welke ondergrond is gehanteerd. Dit gebeurt als vrije tekst. De RO Standaarden worden aangepast zodat het mogelijk is gestructureerd te verwijzen naar de GBK, BGT, BRT, BRK of de BAG (geautoriseerde ondergronden) als gehanteerde ondergrond.

Aanpassingen in: instrumenten
Bij structuurvisies is het nu mogelijk om een thema toe te voegen uit een vaste lijst of een eigen waarde. Bij het AMvB en de Provinciale Verordening op dit moment niet. Het wordt nu mogelijk gemaakt ook voor de overige instrumenten een thema toe te kennen. Bovendien geldt dit veld als opmaat naar vergelijkbare structuurvisies. Door de mogelijkheid om thema’s in te voeren, kan over een taal jaar een lijst worden samengesteld met de meest voorkomende thema’s. Viewpoint heeft hiervan (in de vorm van de Werkafspraak) al gebruik gemaakt door het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) als AMvB (dat een vormvrij instrument is) op te maken door gebruik te maken van de themavelden. De bijlagen in het analoge LIB zijn 1 op 1 vertaald in digitale kaartbladen met bijbehorende visualisatie door een SymboolCode toe te voegen.

Met de komst van de Wabo is het Projectbesluit, de Tijdelijke Ontheffing Buitenplans en de Buiten Toepassingsverklaring Beheersverordening komen te vervallen. Deze komen dan ook niet meer voor in de standaarden. Tegelijkertijd wordt het opstellen van een Omgevingsvergunning mogelijk gemaakt. Ook de terminologie vanuit de Wabo waarin ‘ontheffingen’, ‘afwijkingen’ zijn, wordt doorgevoerd in alle Standaarden.

Het Grondexploitatieplan wordt toegevoegd aan het IMRO door het model voor Gebiedsgerichte Besluiten uit te breiden met een waarde ‘grondexploitatieplan’. In de PRGB wordt toegelicht hoe dit model dient te worden opgesteld. Door Grondexploitatieplannen mee te coderen naast bestemmingsplannen, kunnen de aanvullende plannen, waarin veelal grote ruimtelijke belangen worden vastgelegd, in samenhang met een bestemmingsplan worden gebruikt.

De Omgevingsvergunning+ vervangt het Projectuitvoeringsbesluit uit de Crisis- en herstelwet en de RO Standaarden worden dusdanig aangepast dat deze beschikbaar kan worden gesteld als Omgevingsvergunning. De PRGB wordt dusdanig aangepast dat niet alleen de kennisgeving maar ook de gehele Omgevingsvergunning inclusief ruimtelijke onderbouwing en bijlagen gepubliceerd kan worden. Zowel voor het Ontwerp als de verleende Omgevingsvergunning.

Binnen de RO Standaarden wordt duidelijk gemaakt hoe er moet worden omgegaan met Awb stukken. Duidelijk wordt welke stukken wel digitaal beschikbaar worden gesteld als bijlagen bij het plan en welke stukken mogelijk niet, bijvoorbeeld rapportages.

Aanpassingen in: verbeelding
De eis in de standaarden met betrekking tot de verplichting dat een vlak dekkend plangebied met enkelbestemmingen nodig is, komt te vervallen voor Inpassingsplannen en herzieningen van bestemmingsplannen die alleen iets toevoegen of wijzigen in onderliggende bestemmingsplannen. Hier was al een werkafspraak voor in het leven geroepen. Bij herzieningen (ook wordt in de Praktijkrichtlijn beter uitgelegd wanneer en hoe een herziening moet worden toegepast) komt tevens de eis te vervallen dat de plangrens van de herziening overeen moet komen met de huidige begrenzing.
De maatvoeringen zoals opgesomd in de SVBP en de Omvang Waarde tabellen in de software waren niet gelijk. Zo was ‘het maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden’ wel opgenomen in de SVBP en niet in de Omvang Waarde. Dit wordt nu gelijk getrokken. Ook de terminologie wordt gelijk getrokken. ‘Maximum’ in plaats van ‘maxima’ en ‘minimum’ in plaats van ‘minimaal’. De schrijfwijze van aanduidingen is veel stringenter geworden. Exact is omschreven waar spaties en waar leestekens gebruikt dienen te worden.

Bij het gebruik van maatvoeringen zijn nooit afspraken gemaakt over het gebruik van punten en komma’s. Die werden dus ook door elkaar gebruikt. In de nieuwe standaarden is de afspraak om gebruik te maken van komma’s als decimale bij niet-gehele getallen, bijvoorbeeld 3,5 meter goothoogte.

‘Ontheffingen worden ‘afwijkingen’. Dit geldt bijvoorbeeld voor de gebiedsaanduidingen ‘ontheffingsgebied’, dat ‘afwijkingsgebied’ wordt. De gebiedsaanduiding ‘wro-zone –‘ wordt vervangen door ‘wetgevingszone –‘ met verschillende voorbeelden zoals ‘natura 2000’, ‘tracé wet’, ‘waterwet’ en ‘wet geluidhinder’. De gebiedsaanduidinggroep ‘overig’ wordt vervangen door ‘overige zone’. Ook hier worden voorbeelden gegeven zoals ‘archeologische waarde’ en ‘natuurwaarde’. Een gebiedsaanduiding kan op twee manieren worden gebruikt: enkel de naam van de hoofdgroep hanteren of de specifieke gebiedsaanduiding gebruiken. Deze specifieke gebiedsaanduiding kunnen nog nader gespecificeerd worden met een tekstuele aanduiding of een Arabisch cijfer.

Bij het gebruik van functieaanduidingen blijkt dat bij 90% van de aanduidingen gebruik wordt gemaakt van ‘specifieke vormen van’ met verschillende namen voor een zelfde type aanduiding. De ‘specifieke vormen van’ zijn dan ook komen te vervallen uit de lijst met functieaanduidingen. In plaats van een aanduiding is het nu een schrijfwijze geworden. Tevens is de huidige lijst aangevuld met functies. Deze lijst wordt toegevoegd aan de toelichting op de SVBP en komt daarmee te vervallen in de IMRO en de SVBP. Een functieaanduiding kan op twee manieren worden gebruikt. Een aanduiding kan uit de functielijst gekozen worden; enkel de naam wordt dan opgenomen. En als de functie niet voorkomt op de functielijst kan een specifieke functie worden opgenomen. Hiervoor wordt dan de schrijfwijze ‘specifieke vorm van’ gebruikt, waarbij de hoofdgroep overeenkomt met die uit de lijst van enkel- en dubbelbestemmingen en de specificatie bestaat uit een of meer toepasselijke woorden of een Arabisch cijfer. Hierbij wordt de hoofdgroep gekozen die hoort bij de specifieke functie, ook al ligt deze in een bestemming van een andere hoofdgroep.

De eisen ten aanzien van de analoge verbeelding worden uit de SVBP gehaald en in een toelichting geplaatst. Dit omdat de digitale vormen steeds belangrijker en de voorzieningen voor digitale plannen steeds uitgebreider. De delen uit de SVBP die betrekking hebben op de analoge verbeelding worden opgenomen in een aparte Praktijkrichtlijn, de PRVBP2012. Overigens blijft de eis van de aanwezigheid van een analoge verbeelding ten behoeve van raadpleging aan de balie van kracht.

De eisen ten aanzien van het overzichtsvenster voor het gebruik van gebiedsaanduidingen worden verwijderd uit de SVBP. De eisen blijken in de praktijk moeilijk realiseerbaar.

In de huidige standaarden is onduidelijk of de lijst met figuuraanduidingen limitatief is. In de SVBP wordt de suggestie gewekt dat de lijst uitbreidbaar is. Voor de figuur hartlijn leiding kan de naam van het object worden aangevuld met de specifieke leidingsoort, aanvullend op de reeds in deze paragraaf benoemde leidingsoorten.

Aanpassingen in: planonderdelen
Per instrument kunnen een aantal planonderdelen worden gekoppeld. Sommige zijn verplicht, andere facultatief. Bij Gebiedsgerichte Besluiten is het mogelijk meerdere varianten te kiezen voor het koppelen van planonderdelen. Zo kan een besluitdocument en een besluittekst gekoppeld worden maar ook een toelichting terwijl deze documenten in feite gelijk zijn bij dit instrument. In de nieuwe Standaarden is er minder interpretatie mogelijk. Per instrument wordt beter aangegeven welke planonderdelen gekoppeld dienen te worden.

Om het gebruik van objectgerichte planteksten te bevorderen, wordt de keus gegeven om de teksten in HTML of PDF te koppelen of over te stappen op het XML formaat conform de standaard voor objectgerichte teksten. Hiermee wordt voorkomen dat dezelfde teksten dubbel worden geleverd.

Conclusie
Door vereenvoudiging en het vastleggen van informatie slechts op één plek, waardoor de Praktijkrichtlijnen dunner worden, zijn er kleine verbeteringen doorgevoerd en fouten hersteld zoals spelfouten, foute benamingen en discrepanties tussen de verschillende onderdelen.

Door een aantal niet normatieve onderdelen los te koppelen van de Ministeriële regeling zijn de onderdelen (toelichtende onderdelen op de normatieve delen) eenvoudiger te wijzigen zonder wetmatig aanpassingen door te voeren.

De Werkafspraken die door de jaren heen zijn opgesteld om bepaalde ontwikkelingen mogelijk te maken, worden nu opgenomen in de nieuwe standaarden. Uiteraard wordt de aansluiting met de Wabo meegenomen door het Projectbesluit en de Tijdelijke Ontheffing buitenplans te laten vervallen en de Omgevingsvergunning te formaliseren. Tevens wordt de terminologie aangepast en het begrip bouwen uit de SVBP wordt gelijkgetrokken met de definitie uit de Wabo.

Binnen de SVBP wordt voor de objecten duidelijk beschreven wat de juiste schrijfwijze is. Door de eisen aan de analoge verbeelding te verlaten en deze in een aparte praktijkrichtlijn op te nemen, kan de focus de komende tijd op het digitale product liggen.

Door de ‘specifieke vorm van’ niet als aanduiding maar als schrijfwijze op te nemen, wordt het gebruik van de functieaanduidingen meer helder.

De scheiding van planstatus en processtatus zal voor de bronhouder voordelen opleveren in een situatie waarin een procesuitspraak is gedaan en deze moet worden gepubliceerd. In deze situatie hoeft enkel het manifest opnieuw gepubliceerd te worden, niet het plan zelf. De planstatus blijft immers gelijk.

Door een verwijzing te kunnen maken in de software naar bijvoorbeeld een exploitatieplan of een ander ruimtelijk besluit wordt de samenhang tussen plannen op een specifiek punt beter. Dit in combinatie met de mogelijkheid om bijvoorbeeld een gerechtelijke uitspraak te publiceren maakt het geheel inzichtelijker.

Twitter Digg Delicious Stumbleupon Technorati Facebook Email

Over Sander Hoosemans

Adviseur GEO/RO bij Viewpoint b.v.

Nog geen reactie... Laat als eerste een reactie achter!